HomeHeilige JozefmariaSpreken met GodVierde glorievolle geheim
Heilige Jozefmaria
Woorden van de heilige Jozefmaria

Vierde glorievolle geheim

Tags: Onze Lieve Vrouw, De Heilige Rozenkrans
Assumpta est Maria in coelum: gaudent angeli! - Maria is met ziel en lichaam door God in de hemel opgenomen: en de engelen juichen!

Zo zingt de Kerk. - En met deze vreugdekreet beginnen wij onze beschouwing bij dit tientje van de heilige rozenkrans.

De Moeder van God is ingeslapen. - Rondom haar bed staan de twaalf apostelen. - Mattias in de plaats van Judas.

En door een voorrecht dat allen eerbiedigen, staan ook wij bij haar.

Maar Jezus wil zijn Moeder met ziel en lichaam bij zich hebben in de heerlijkheid. - En het hemels hof maakt gebruik van al zijn pracht om Onze Lieve Vrouw feestelijk te ontvangen. Jij en ik - tenslotte maar kinderen - nemen de sleep van de schitterende blauwe mantel van de heilige Maagd op, en zo kunnen wij dit wonderbare schouwspel gadeslaan.

De allerheiligste Drie-eenheid ontvangt de Dochter, Moeder en Bruid van God, en bewijst haar alle eer... - En zo groot is haar majesteit dat de engelen zich afvragen: Wie is zij?
De heilige Rozenkrans, 4de glorievolle geheim

Maria is door God met ziel en lichaam in de hemel opgenomen. Grote vreugde onder engelen en mensen. Waarom zijn we vandaag zo blij? Omdat wij de verheerlijking van onze moeder vieren, en het heel natuurlijk is dat wij, haar kinderen, een bijzondere blijdschap voelen bij het zien van de eer die de allerheiligste Drie-eenheid haar bewijst.

Christus, haar goddelijke Zoon en onze broeder, heeft haar aan ons op de Calvarieberg als moeder gegeven, toen Hij tot de heilige Johannes zei: Zie daar uw moeder (Joh. 19, 27). Op dat uur van mateloze droefheid en verlatenheid hebben wij haar, met de zeer geliefde leerling, tot moeder gekregen. Maria heeft ons in smart ontvangen op het ogenblik dat de oude profetie in vervulling ging: En een zwaard zal uw ziel doorboren (Lc. 2, 35). Wij allen zijn haar kinderen. Zij is de moeder van heel de mensheid. En nu herdenkt de mensheid haar onbeschrijfelijk glorievolle opneming in de hemel... Maria, de dochter van God de Vader, de moeder van God de Zoon, de bruid van God de heilige Geest, stijgt op ten hemel. Boven haar is God, Hij alleen.
Als Christus nu langskomt, 171

Het feest van Maria ten hemelopneming brengt ons in innig contact met de blijde hoop. Wij zijn nog pelgrims, maar onze moeder is ons voorgegaan en toont ons reeds het einde van de weg. Zij zegt ons opnieuw dat het mogelijk is er te komen, en dat wij er komen als we trouw zijn. Want de maagd Maria is niet alleen een voorbeeld voor ons, zij is ook de hulp van de christenen. En als we smeken: Monstra te esse Matrem (Hymne Ave maris stella), toon u als onze moeder, dan kan noch wil zij haar kinderen haar moederlijke zorg onthouden.
Als Christus nu langskomt, 177

Als de apostelen zijn weggerend en het razende volk in woede tegen Jezus zijn keel schor schreeuwt, volgt de heilige Maria van nabij haar Zoon door de straten van Jeruzalem. Het gebrul van de menigte doet haar niet terugdeinzen. Zij blijft de Verlosser vergezellen terwijl allen in de stoet, in de anonimiteit van de massa, Christus op lafhartige wijze durven te mishandelen.

Roep haar vurig aan: Virgo fidelis!, trouwe Maagd!, en vraag haar dat wij die ons vrienden van God noemen, dat ook echt en altijd mogen zijn.

De Voor, 51