HomeHeilige JozefmariaSpreken met GodJezus wordt in de tempel opgedragen
Heilige Jozefmaria
Woorden van de heilige Jozefmaria

Jezus wordt in de tempel opgedragen

Tags: Onze Lieve Vrouw, De Heilige Rozenkrans, Vroomheid
Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’ Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven. (Lc 2,22-24)


Nu de tijd aangebroken is waarop de Moeder, volgens de Wet van Mozes, gereinigd dient te worden, moeten zij met het Kind naar Jeruzalem om Het aan de Heer op te dragen (Lc. 2, 22).

En deze keer ben jij het, mijn vriend, die de kooi met duiven draagt. - Besef je het? Zij - de Onbevlekte! - onderwerpt zich aan de Wet, alsof Zij onrein is.

Zul jij, dwaas kind, van dit voorbeeld leren dat je de heilige Wet van God moet vervullen, ook al kost het je nog zoveel offers?

Zuivering! Jij en ik, wij hebben wél zuivering nodig! - Boetedoening, en meer dan boetdoening: Liefde. - Een liefde die als een gloeiend ijzer het vuil uit onze ziel wegbrandt; die met goddelijke vlammen de ellende van ons hart in brand steekt.

Een rechtvaardig en godvrezend man is, door de heilige Geest geleid, naar de tempel gekomen. Hem was geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de Christus zou zien. Hij neemt de Messias in zijn armen en zegt: Nú kunt Gij, Heer, uw dienaar naar uw woord in vrede laten gaan, want mijn ogen hebben de Redder aanschouwd.
De heilige Rozenkrans, Jezus wordt in de tempel opgedragen


Het katholieke geloof ziet in Maria een teken bij uitstek van de liefde van God: God noemt ons reeds nu Zijn vrienden. Zijn genade werkt in ons, zuivert ons van de zonde, geeft ons kracht opdat wij ondanks de zwakheden, die eigen zijn aan iemand die nog steeds stof en ellende is, toch enigszins het gelaat van Christus kunnen weerspiegelen. Wij zijn niet alleen maar drenkelingen, aan wie God beloofd heeft hen te zullen redden, maar deze redding is nu al in ons werkzaam. Onze omgang met God is niet die van een blinde, die naar het licht verlangt, zuchtend te midden van de angst der duisternis, maar wél die van een kind, dat weet dat zijn Vader van hem houdt.
Als Christus nu langs komt, 142


De ervaring van de zonde mag ons daarom niet laten twijfelen aan onze taak. Zeker, onze zonden kunnen het moeilijk maken Christus te herkennen. Daarom moeten wij tegen onze eigen armzaligheid vechten en zuivering zoeken. Dit echter in het bewustzijn dat God ons geen absolute zege over het kwaad in dit leven beloofd heeft, maar strijd van ons verlangt. Sufficit tibi gratia mea (2 Kor. 12, 9): mijn genade is u voldoende, was het antwoord van de Heer aan Paulus die Hem vroeg, bevrijd te worden van de vernederende angel.
Als Christus nu langs komt, 114


Maria, onze Moeder, auxilium christianorum, refugium peccatorum, hulp van de christenen, toevlucht van de zondaars: smeek uw Zoon dat Hij ons de heilige Geest zendt, die in onze harten het besluit weer opwekt om vastberaden en vol zekerheid vooruit te gaan, en die in het diepste van onze ziel de roepstem laat weerklinken die de marteling van een van de eerste christenen met vrede vervulde: Veni ad Patrem. Kom, kom terug naar je Vader, die op je zit te wachten.
Als Christus nu langs komt, 66


De christelijke roeping is roeping tot offer, versterving en boete. Wij moeten boete doen voor onze fouten. Hoe vaak hebben wij ons gezicht niet afgewend om God niet te zien! Boete ook voor alle zonden van de mensen. Wij moeten de voetsporen van Christus volgen. Te allen tijde dragen we Jezus' doodslijden in ons lichaam rond, - dat is de zelfverloochening van Christus, zijn vernedering aan het Kruis - opdat ook Jezus' leven door ons lichaam wordt geopenbaard (2 Kor. 4, 10). Onze weg is die van de opoffering. In die zelfverloochening zullen wij het gaudium cum pace, de vreugde en de vrede vinden.
Als Christus nu langs komt, 9