Heilige Jozefmaria
Woorden van de heilige Jozefmaria

Apostel Andreas

Tags: Apostolaat
Wat jou verbaasd doet staan, lijkt mij vanzelfsprekend. - God heeft jou gezocht in de uitoefening van je beroep.

Zo heeft Hij zijn eerste volgelingen gezocht: Petrus, Andreas, Johannes en Jacobus bij hun visnetten. Matteüs gezeten in zijn tolhuis...

En, wat het toppunt is, Paulus terwijl hij bezig was het christendom met wortel en al uit te roeien.
De Weg, 799

Het was een goddelijke en tegelijk menselijke dialoog, die het leven van Johannes en van Andreas, Petrus en Jakobus en zoveel anderen veranderde, en die hun harten voorbereidde om het gebiedende woord op te nemen dat Jezus aan het Meer van Galilea tot hen richtte: toen Hij langs het meer van Galilea wandelde, zag Hij twee broers, Simon die Petrus genoemd werd en zijn broer Andreas hun net in zee uitwierpen. Ze waren vissers. Hij sprak tot hen: volgt mij! Ik zal van jullie mensenvissers maken. Onmiddellijk lieten ze hun netten in de steek en volgden Hem (Mt. 4, 18-20).
Als Christus nu langs komt, 108

Mag je dan zo maar binnendringen in het leven van anderen? Ja, het is zelfs noodzakelijk. Christus is ook ons leven binnengedrongen, zonder toestemming te vragen! Zo heeft Hij gehandeld met de eerste leerlingen. Toen Hij langs het meer van Galilea kwam, bemerkte Hij Simon en Andreas zijn broer, die hun netten in zee wierpen. Want het waren vissers. En Jezus zei tegen hen: Kom en volg Mij, Ik zal mensenvissers van u maken,/i> (Mc. 1, 16-17). Ieder behoudt de vrijheid, weliswaar de valse vrijheid, om 'neen' te zeggen tegen God, zoals de rijke jongeman waarover de heilige Lucas ons spreekt (vgl. Lc. 18, 23). Naast de Heer hebben ook wij - als wij willen gehoorzamen aan zijn opdracht: ,Gaat heel de wereld door, en predikt het evangelie aan ieder schepsel (vgl. Mc. 16, 15) - het recht en de plicht over God te spreken. Over dat zo diep menselijke onderwerp, omdat het verlangen naar God het diepste is wat in het hart van de mens is gelegd.
Als Christus nu langs komt, 175

Wissel een paar woorden vol vriendschap met hen die Hem van nabij gekend hebben tijdens zijn verblijf op deze, onze wereld. In de eerste plaats met Maria die Hem voor ons ter wereld heeft gebracht. En met de apostelen. Onder degenen die bij gelegenheid van het feest optrokken ter aanbidding waren ook enige Grieken. Deze nu klampten Filippus van Betsaïda in Galilea aan en vroegen hem: Heer, wij zouden Jezus graag spreken. Filippus ging het aan Andreas vertellen en tenslotte brachten Andreas en Filippus de boodschap aan Jezus over (Joh 12, 21¬22). Is dat niet bemoedigend? Die vreemdelingen durfden zich niet rechtstreeks tot de Meester te wenden en ze zochten een goede tussenpersoon.
Vrienden van God, 252

Link naar het boek "Spreken met God" - Heilige Andreas