HomeGetuigenissenIk begin opnieuw!
Getuigenissen

Ik begin opnieuw!

Een psychiater van de twintigste eeuw, Victor Frankl, nodigde uit om te leven “alsof het een tweede keer wordt geleefd.” Gianluca Segre, een Italiaans surnumerair lid van het Opus Dei: Het herinnert aan de woorden van de heilige Jozefmaria: “Nunc Coepi: nu begin ik!”

8-9-2006

Tags: Vorming, Waarheid, Innerlijk leven, Strijd, Victor Frankl, Surnumerair
Ik kende het Opus Dei al als jonge student, kort voordat ik begon te studeren aan de universiteit. Ik werd er getroffen door het klimaat van blijdschap en het menselijke en professionele niveau van de mensen.

Sinds het einde van de zeventiger jaren ben ik lid van het Werk.


Welke hulp heeft u in de afgelopen jaren ontvangen?
Hoofdzakelijk werd ik gestimuleerd mezelf steeds te verbeteren, eerst als student en later als leraar – ik ben leraar filosofie aan een school in Turijn en ik ben echtgenoot en vader. Ik waardeer in het bijzonder de ontdekking van nieuwe horizonten in het leven, dat ik te danken heb aan de continue christelijke vorming.

Van mijn studietijd herinner ik me dat ik deelnam aan de activiteiten die in een centrum van het Opus Dei werden georganiseerd, waarbij we spraken over klassieke en hedendaagse grote denkers.

Maar de belangrijkste hulp was voornamelijk innerlijk: de middelen van christelijke vorming, in het bijzonder de geestelijke begeleiding, die voor mij in grote vrijheid geleid heeft tot het steeds opnieuw ontdekken van God en zijn aanwezigheid. Dus, dag in, dag uit, heb ik geprobeerd een vriend voor Hem te zijn.


Maar wat gebeurt er als geen sprake is van een constante relatie of christelijke vorming?
Dan proberen we om, tijdens de maandelijkse of wekelijkse ontmoetingen, de bal opnieuw in het spel te brengen.

Op de eerste plaats is de christelijke vorming die wordt gevolgd min of meer een manier van bijtanken. De auto rijdt verder, maar ik ben degene die beslist waarheen.

Het is een van de dingen die ik waardeer in mijn roeping. Gelovige te zijn van het Opus Dei betekent niet dat je je opsluit in een groep, je wordt uitgenodigd daarentegen om je verantwoordelijkheid te nemen en initiatieven te ontplooien midden in de wereld.


Waar leidt het toe om zoveel te krijgen?
Ik heb zoveel ontvangen, dat het goed is om het ook door te geven. Ik heb de behoefte om wat ik heb ontvangen door te geven.

Bijvoorbeeld, als leraar suggereer ik de leerlingen aantrekkelijke menselijke en christelijke doelen. Tijdens een filosofie- of geschiedenisles is het mogelijk om de ethische of antropologische vraagstukken te behandelen, waarvoor de studenten interesse tonen. Soms zijn het de studenten zelf die het onderwerp aanreiken. Ik herinner me dat enkele dagen geleden, terwijl ik sprak over het Concilie van Trente, ik een berg vragen gesteld kreeg over het geloof, het geweten en het besef van het goed en het kwaad.

Een van de belangrijkste verlangens van een christen zou moeten zijn, zoals de heilige Jozefmaria ons zei, “de leer uitleggen”. Ik probeer dat te doen met natuurlijkheid, de mening van allen respecterend en zonder daarbij de waarheid aan te tasten.

Veel perioden van de geschiedenis verdienen het om met andere ogen te worden beschouwd. Mijn leerlingen weten bijvoorbeeld, dat ik weiger om de Middeleeuwen te behandelen als een duistere periode. Ik behandel de wetenschap ook niet als iets wat strijdig is met het geloof, juist het tegenovergestelde.

Het is altijd een plezier te mogen ontdekken dat de studenten op hun beurt de boeken lezen die ik hen tijdens de lessen heb aanbevolen of die ik hen aanraadde om in de zomer te lezen. Je kunt merken dat ze hongeren naar de waarheid.

In de afgelopen jaren heb ik samen met vrienden een cursus georganiseerd die we ‘minimaster’ hebben genoemd. Tijdens deze cursus hebben we onderpen behandeld met betrekking tot geschiedenis, politiek, economie, bio-ethiek en andere onderwerpen die van invloed zijn op de wetenschap, filosofie en geloof. Alles wat onder de gemeenschappelijke noemer kan worden gebracht van het christelijke humanisme.

Mijn vrouw en ik zien tot ons genoegen dat onze kinderen, samen met vrienden, deelnemen aan een jongensclub, waarin oudere jongeren vormingsactiviteiten en ontspanning organiseren. De godsdienstige vorming is daarbij toevertrouwd aan het Opus Dei.

Ik heb beseft dat het grote ideaal – Christus tonen in alle gelegenheden – van mij vergt de strijd aan te binden met mijn tekortkomingen, zoals het ongeduld of de zenuwachtigheid. Christus vraagt mij Hem te ontmoeten in mijn leven, in mijn werk en in mijn gezin.

De weg naar de heiligheid is te vinden in alle omstandigheden, elk uur, elke minuut, in elk van de zestig seconden zou Kipling zeggen. Met deze overtuiging kan ik elke dag met frisse moed en nieuwe hoop beginnen.

Zo gaat het avontuur van het leven voort.