HomeHeilige JozefmariaSpreken met GodOp het juiste moment weten te zwijgen en te spreken
Heilige Jozefmaria
Woorden van de heilige Jozefmaria

Op het juiste moment weten te zwijgen en te spreken

Tags: Oprechtheid, Vriendschap, Apostolaat, Lef
Gezwegen te hebben zal je nooit berouwen: maar gesproken te hebben heel vaak.
De Weg, 639

Zwijg telkens als je de verontwaardiging in je voelt branden. - Ook al heb je alle reden kwaad te zijn.

- Want op zulke ogenblikken zeg je ondanks alle discretie meer dan je zou willen.
De Weg, 656

Hoe vruchtbaar is het zwijgen! - Alle energie die je verbruikt door gebrek aan discretie, wordt onttrokken aan de doeltreffendheid van je werk.

- Wees discreet.
De Weg, 645


Waar komt al dat geroddel door, vraag je je pijnlijk getroffen af. Door misvattingen, door fanatisme of door kwaadaardigheid. - Maar de meeste mensen vertellen een gerucht verder uit traagheid, oppervlakkigheid en onwetendheid!

Daarom wil ik er nog eens de nadruk op leggen: als je niet kunt prijzen en je hoeft niet te spreken, houd dan je mond!
De Voor, 592

In silentio et in spe erit fortitudo vestra, in zwijgen en in vertrouwen zal uw kracht liggen... verzekert de Heer de zijnen. Zwijgen en vertrouwen: twee belangrijke wapens in tijden van tegenspoed, wanneer de mensen weigeren je te helpen.

Het lijden verdragen zonder te klagen - kijk naar het heilig lijden en sterven van Jezus -, is een maat voor de liefde.
De Smidse, 799

Het zwijgen is als de portier van het innerlijk leven.
De Weg, 281

“Minuten van stilte”. - Laat die over aan mensen met een droog hart. Wij katholieken, kinderen van God, wij spreken met onze Vader die in de hemel is.
De Weg, 115.

Met hoeveel tederheid en fijngevoeligheid moeten Maria en de heilige patriarch in Jezus' jeugd voor Hem gezorgd hebben en hoeveel zullen zij niet continu stilzwijgend van Hem geleerd hebben. Hun zielen zullen wel steeds meer op die van hun Zoon, Mens en God, zijn gaan lijken. Daarom kent Maria —en na haar de heilige Jozef— als niemand anders de gevoelens van Christus' Hart, en zij beiden zijn de beste weg —ik zou haast zeggen de enige weg— om tot de Verlosser te komen.
Vrienden van God, 281

Ik maak er geen geheim van dat ik, als ik corrigerend moet optreden of een beslissing moet nemen die verdriet zal veroorzaken, vooraf, tijdens en nadien lijd: en ik ben echt niet overgevoelig. Ik troost me met de gedachte dat alleen dieren niet huilen: gehuild wordt er door ons, mensen, door de kinderen Gods. Ik begrijp dat ook u zich op bepaalde ogenblikken ongelukkig zult voelen bij het ten einde toe trouw vervullen van uw plicht. Vergeet alstublieft niet, dat het makkelijker is —maar dat is een vergissing— tot elke prijs het lijden te ontlopen met het excuus de naaste niet voor het hoofd te willen stoten. Heel vaak is een dergelijke terughoudendheid de dekmantel voor een schandelijke vlucht voor eigen smart. Het is immers gewoonlijk niet aangenaam een ernstige berisping uit te delen. Denk er wel aan, mijn kinderen, dat de hel vol zit met gesloten monden.
Vrienden van God, 161

Er luisteren nu verscheidene artsen naar mij. Neem me niet kwalijk dat ik weer een voorbeeld op het medische vlak geef. Misschien sla ik wel een flater, maar als ascetische vergelijking gaat het wel op. Wil men een open wond verzorgen, dan moet men die eerst schoonmaken, met een flink stuk eromheen. De chirurg weet maar al te goed, dat dit pijn doet; maar als hij die behandeling overslaat, zal de pijn later erger zijn. Dan wordt er onmiddellijk een ontsmettingsmiddel opgedaan. Dat schrijnt —pikt zeiden wij thuis— doet pijn, maar er is geen andere behandelingswijze tegen het ontsteken van de wond.

Als het voor de lichamelijke gezondheid duidelijk is dat die middelen toegepast moeten worden, ook al gaat het om schaafwondjes van de oppervlakkigste soort, dan moeten wij als het gaat om de grote zaken van de ziel —de gevoelige plekken in het bestaan van een mens— wassen, insnijden, gladstrijken, ontsmetten, lijden. De verstandigheid vergt van ons dat we dusdanig ingrijpen en onze plicht niet uit de weg gaan, want wie daarmee schippert geeft blijk van een gebrek aan bedachtzaamheid en pleegt een zware aanslag op de rechtvaardigheid en de sterkte.

Wees ervan overtuigd dat een christen, als hij werkelijk streeft naar een rechtschapen optreden tegenover God en tegenover de mensen, alle deugden nodig heeft, tenminste in aanleg. Vader —vraagt u mij— en mijn zwakheden? Ik geef u dit antwoord: Kan een arts die ziek is, iemand anders niet behandelen, ook al lijdt hij aan een slepende kwaal? Verhindert zijn ziekte hem voor anderen een adequaat recept uit te schrijven? Duidelijk niet. Voor een goede behandeling hoeft hij alleen maar de juiste kennis te hebben en toe te passen, met dezelfde instelling als waarmee hij zijn eigen ziekte bestrijdt.
Vrienden van God, 161

Als je door een goede vriend, trouwhartig en in alle liefde, onder vier ogen gewezen wordt op punten die een smet op je gedrag werpen, komt de overtuiging in je op, dat hij zich vergist: hij begrijpt je niet. Met zo'n valse overtuiging, die een kind is van je trots, zul je altijd onverbeterlijk blijven.

Ik beklaag je: je hebt niet echt de wil om heilig te worden.
De Voor, 707

Wees er maar zeker van dat ook dáár veel mensen zijn die jouw weg kunnen begrijpen; zielen die - bewust of onbewust - Christus zoeken en Hem niet vinden. Maar “hoe moeten ze over Hem horen spreken, als niemand hun iets zegt?”
De Voor, 196

Aarzel je om er een begin mee te maken over God te spreken, over een christelijk leven, over roeping, - omdat je niet wilt kwetsen? - Je vergeet dat jij het niet bent die roept maar Hij: ego scio quos elegerim - Ik weet wie ik heb uitgekozen.

Bovendien zou ik het naar vinden als er achter dat verkeerde gevoel van respect voor anderen gemakzucht of lauwheid schuilging: verkies je nu nog steeds een povere menselijke vriendschap boven vriendschap met God?
De Voor, 204

In naam van de zegevierende liefde van Christus moeten wij, christenen, overal op aarde zaaiers van vrede en vreugde zijn, door middel van woord en daad.
Als Christus nu langs komt, 168